BELANGRIJKE ANTIOXIDANTEN NAAST MIJN DAGELIJKSE DOSIS 1 G EPA EN DHA

 
 

Alfa-liponzuur


Het is mogelijk dat alfaliponzuur over niet afzienbare tijd ginkgo biloba en vitamine E als belangrijkste antioxidant voor de hersenen zal vervangen. Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat alfaliponzuur beschadiging van de hersenen door acute aanvallen van vrije radicalen kan verhinderen. Misschien zal blijken dat het de hersenen ook zal kunnen beschermen tegen de vrije radicalen waarmee ze dagelijks te maken krijgen?
Alfaliponzuur biedt krachtige bescherming tegen hartaanvallen, hartziekten en cataract. Het versterkt het geheugen en gaat veroudering van de hersenen tegen. Het schakelt slechte genen, die het verouderingsproces versnellen en kanker veroorzaken, uit. Het werd met succes aangewend bij de behandeling van leverziekten zoals hepatitis C en uit een onderzoek blijkt dat het effectief werkt bij de behandeling van leververgiftiging. Maar het belangrijkste is dat alfaliponzuur het hele antioxidantverdedigingssysteem
versterkt. Als u alfaliponzuur inneemt, verhoogt u het niveau van vitamine E en C, glutathion en CoQ10.Over alfaliponzuur is nog niet zoveel bekend.

  Hoe meer ik erover te weten kom, hoe meer ik vind dat het eigenlijk bij de vitamines ingedeeld zou moeten worden. Een van de redenen hiervoor is dat de productie van alfaliponzuur met het stijgen van de jaren afneemt. Rond de veertig jaar kunnen we nog net de hoeveelheid alfaliponzuur die ons lichaam nodig heeft voor zijn basisbehoeften aanmaken, maar dat is niet genoeg om er alle voordelen uit te halen. Daarom moeten we zoveel mogelijk alfaliponzuur uit voeding trachten te halen, maar vermits er maar heel weinig alfaliponzuur in voeding zit, raad ik een extra supplement aan: ik adviseer een dagelijkse dosis van 400 mg, en het is onmogelijk zo’n hoeveelheid uit voeding te halen (bijvoorbeeld: ongeveer 4 kg spinazie bevat 1 mg alfaliponzuur). 1 Bij het ontstaan van borstkanker kunnen tal van factoren een rol spelen. Ik citeer ondermeer hormonale factoren (menstruatie op jonge leeftijd, zwangerschap op latere leeftijd of helemaal geen zwangerschappen, late menopauze, kortere menstruele cycli, orale contraceptiva, hormoonvervangende therapie); omgevingsfactoren (pesticiden, herbiciden, gebrek aan zonlicht, leven in omgeving van krachtcentrales, elektrische
dekens,